Het belastingparadox: hoe Den Haag meer gokbelasting hief en minder binnenkreeg

· 6 min lezen

Er bestaat in de begrotingspolitiek een hardnekkig misverstand: dat je een tarief omhoog kunt schroeven en dan vanzelf meer geld binnenkrijgt. Alsof een belasting een kraan is die je verder opendraait. De Nederlandse kansspelbelasting bewijst het tegendeel, en wel zo overtuigend dat het bijna een schoolvoorbeeld is geworden. Den Haag verhoogde het tarief in twee stappen, rekende zich rijk, en kijkt nu naar een gat in de begroting dat het zelf heeft gegraven.

Laat ik beginnen met de cijfers, want die liegen niet. Het tarief stond in 2024 op 30,5 procent. Per 1 januari 2025 ging het naar 34,2 procent, en per 1 januari 2026 naar 37,8 procent. Het Centraal Planbureau rekende voor dat de eerste stap ongeveer 100 miljoen euro extra zou opleveren, en dat de tweede stap dat structureel zou laten oplopen naar 202 miljoen euro per jaar. Op papier een simpele optelsom. In de praktijk een rekenfout van formaat, zeker in een markt waarin spelers, beleidsmakers en aanbieders steeds beter moeten begrijpen hoe het legale aanbod is opgebouwd en waar informatiebronnen zoals vind top nederlandse casino’s op thegameroom.org kunnen helpen om dat landschap overzichtelijker te maken.

De waarschuwing die niemand wilde horen

Wat de zaak zo pijnlijk maakt, is dat het mislukken was aangekondigd. Niet door een belanghebbende lobbyist, maar door de toezichthouder zelf. De Kansspelautoriteit waarschuwde al vóór de invoering dat een puur financieel gedreven maatregel haaks staat op het beleidsdoel van spelersbescherming. In augustus 2025 publiceerde de Ksa een effectmeting die de voorspelling hard maakte: in plaats van een stijging zouden de opbrengsten in 2025 naar verwachting ongeveer 40 miljoen euro lager uitvallen dan in 2024. Dat is geen tegenvaller in de marge. Dat is een daling van vijf procent, precies in het jaar waarin de schatkist juist had moeten groeien.

De redenering erachter is eenvoudig en daarom des te ongemakkelijker. De stortingslimieten en andere beschermingsmaatregelen die in oktober 2024 ingingen, drukten het brutospelresultaat van de legale aanbieders flink omlaag. Een hoger belastingpercentage over een kleiner bedrag levert minder op dan een lager percentage over een groter bedrag. Voorzitter Michel Groothuizen van de Ksa verwoordde de kern droog maar treffend: de maatregelen om spelers te beschermen hebben het voor aanbieders financieel lastiger gemaakt, en een gezonde legale markt is nou juist de voorwaarde voor serieuze, verantwoorde aanbieders.

Het meest sprekende voorbeeld komt uit het rapport van de Ksa zelf. Neem een denkbeeldige aanbieder met een brutospelresultaat van een miljoen euro en jaarlijkse kosten van 650.000 euro. Onder het oude tarief van 30,5 procent hield die aanbieder 36.000 euro winst over. Bij 34,2 procent kromp dat tot 6.000 euro. En bij 37,8 procent, met exact dezelfde omzet en kosten, slaat het om in een verlies van 28.000 euro. Zonder dat er iets aan de bedrijfsvoering is veranderd, verandert een winstgevend bedrijf in een verlieslatend bedrijf. Dat is geen prikkel om verantwoord te ondernemen. Dat is een uitnodiging om te vertrekken of de uitbetalingspercentages te verlagen, wat spelers weer in de armen van het illegale circuit drijft.

Prinsjesdag bevestigde de schade

Toen de Miljoenennota voor 2026 op Prinsjesdag werd gepresenteerd, was de illusie definitief weg. Bij de vermoedelijke uitkomsten voor 2025 staat een bedrag van 1,004 miljard euro genoteerd. Dat ligt 23,2 procent lager dan eerder was geraamd. Ook de verwachtingen voor 2026 zijn met 23,3 procent neerwaarts bijgesteld. En het meest veelzeggende detail: de bijgestelde verwachting voor 2025 is vrijwel gelijk aan wat in 2024 daadwerkelijk binnenkwam. Met andere woorden, na twee belastingverhogingen staat de teller ongeveer stil. Van de beloofde groei is niets terechtgekomen.

De Nederlandse Loterij rekende het verschil scherp voor. Volgens topman Arjan Blok daalt de opbrengst van de kansspelbelasting, ondanks de verhogingen, met maar liefst 263 miljoen euro. Hij wees daarbij ook op een minder zichtbaar gevolg: minder belastinginkomsten betekent minder structurele afdracht aan sport en goede doelen. Per procentpunt verhoging gaat er ongeveer 2,5 miljoen euro minder naar de sport. NOC*NSF schatte dat de huidige verhoging de sportsector tussen de 12,5 en 15 miljoen euro kost. Geld dat niet meer naar verenigingen, talentontwikkeling en breedtesport vloeit. De rekening van een falende belasting wordt dus ook betaald door amateurclubs die er part noch deel aan hebben.

Het echte lek zit in het illegale circuit

En dan komen we bij het pijnlijkste punt, het punt waar deze hele maatregel op stukloopt. De spelers verdwijnen niet. Ze gokken nog steeds, alleen niet meer waar de fiscus ze kan zien. De Ksa berekende dat ongeveer 51 procent van de online gokmarkt, gemeten in vergokt geld, in handen is van illegale aanbieders zonder vergunning. De omvang van die illegale markt werd in 2025 geschat op 1,2 miljard euro. Laat dat even bezinken: bijna de helft van het geld dat Nederlanders online vergokken, gaat naar partijen die geen cent kansspelbelasting afdragen, geen zorgplicht kennen, geen Cruks-koppeling hebben en geen enkele bescherming bieden.

Dit is de paradox in zijn zuiverste vorm. De overheid wilde meer incasseren én spelers beter beschermen. Het resultaat is dat ze op beide fronten verliest. Wie naar een illegale site uitwijkt, levert geen belasting op én staat er zonder bescherming. De maatregel die was bedacht om twee vliegen in één klap te slaan, mist allebei de vliegen en breekt het raam.

De branche is het er, ongebruikelijk genoeg, volledig over eens. VNLOK, VAN Kansspelen, Holland Casino en de Nederlandse Loterij trekken samen op en vragen om hetzelfde: stuur de toegezegde evaluatie van de kansspelbelasting uiterlijk in het tweede kwartaal van 2026 naar de Kamer, en heroverweeg de verhogingen. Bevries het tarief, betoogt de Nederlandse Loterij, want elke verdere stap maakt het legale aanbod minder aantrekkelijk en het illegale aanbod aantrekkelijker.

Wat had er anders gemoeten

Het bezwaar is niet dat gokken belast wordt. Het is logisch en verdedigbaar dat een sector met maatschappelijke risico’s stevig bijdraagt aan de schatkist. Het bezwaar is dat de hoogte van de heffing is losgekoppeld van de werkelijkheid van de markt. Nederland zit met 37,8 procent bij de hoogste tarieven van Europa, terwijl landen als het Verenigd Koninkrijk en België rond de 15 procent zitten. Zo’n verschil nodigt niet alleen aanbieders uit om te vertrekken, het nodigt spelers uit om over de digitale grens te kijken, waar de uitbetalingen hoger liggen en de regels ontbreken.

Slimmere alternatieven liggen voor de hand. Een gedifferentieerd tarief, waarbij spellen met een hoog verslavingsrisico zwaarder worden belast dan veiliger varianten, zou de heffing kunnen koppelen aan het beleidsdoel in plaats van eraan voorbij te gaan. Maar dat vraagt om beleid dat verder kijkt dan het dichten van een gat op de korte termijn. En precies daar wringt het. De kansspelbelasting werd verhoogd omdat er bij de formatie snel geld nodig was, niet omdat iemand geloofde dat het de markt gezonder zou maken.

Dus blijft de ongemakkelijke vraag hangen, en die leg ik graag bij u neer: als een belastingverhoging aantoonbaar minder oplevert, de legale markt uitholt én de bescherming van spelers ondermijnt, op welk moment durft Den Haag dan eindelijk te erkennen dat de kraan verder opendraaien hier simpelweg niet werkt?

Meer nieuws uit Ede